Naast de trein, het kantoor, en een terras in de zomer, is de sauna toch wel bij uitstek de plek waar blogs zichzelf moeiteloos schrijven. Het is een broedplaats voor menselijke eigenaardigheden, en het bestaat uit tal van impliciete regels die makkelijk verkeerd begrepen kunnen worden. Smullen vin ik het.


Het begint al bij de ingang waar men nog dik ingepakt in kleding voor de balie staat te wachten op het plastic bandje waarmee je toegang krijgt tot de wereld van Het Grote Naakt. Als je vanuit die receptie de deur doorgaat dan is het net als die glitter doorgang van Henny Huisman bij de miniplaybackshow; je komt direct in een andere wondere wereld terecht. Slechts gescheiden door een klapdeur voelen diezelfde sjaals en jassen direct ongepast. Met je dikke kleren sta je prompt tussen de wiebelborsten, de blote billen die zonder pardon gebukt staan, en de buiken in allerlei staten van strakheid. Ben je iets vergeten te vragen bij de balie, denk dan maar niet dat je dat in je net tevoorschijn getoverde blootje kan komen vragen, dat is dan weer heeeel vreemd, zo temidden van de aangeklede medemens. In het restaurant in de sauna moet je dan weer vooral je badjas aan en zorgen dat hij alles bedekt, wat erg moeilijk is voor veel heren die graag manspreaden; In het saunahok kun je prima aankijken tegen een verschrompelde balzak, daar moet je zelfs helemaal overdreven oke mee zijn, maar het is wel uit den boze boven een appeltaartje of een broodje tonijn. De scheidslijn van gepaste en ongepaste naaktheid is in de sauna erg dun.


Hoe dan ook, ik vind de sauna heerlijk, want het is niet alleen voer voor mijn geest, ik voel me er daarna schoon, fris, ontspannen, loom en rozig. Met uitzondering van deze keer. Ik voelde me zelfs een beetje bezoedeld. Ik was er met een vriendin en we gingen naast zweten, dompelen en zwemmen ook naar de ‘muscle relieve experience’. Net als veel activiteiten waar de naam ‘experience’  in zit, was de muscle relieve vermoedelijk wel een beetje een hoog van de torendblazend ritueel, maar ach, het duurde lang en kostte weinig, en dat is een unicum in de sauna. Wij boekten direct met gretigheid en inhaligheid. 


Met acht andere saunagangers zouden we gaan beleven hoe al onze spieren een optater van ontspanning zouden krijgen. We zaten gezamenlijk in de wachtruimte waar iedereen in stilte en fluisterend de wachttijd doorbracht, behalve één man. Die wilde praatjes maken. Dat vind ik zelf nooit een leuke start van een ontspanningsritueel, want die praatjes galmen de hele ontspanning dan na in de innerlijke jukebox die mijn hoofd vaak is. Ik hield dus mijn mond en herhaalde als een mantra een zinnetje uit een boek dat ik las: ‘gun iedere kabouter zijn eigen muts’. 


Ik zat dus druk de praatjes te tolereren, en zag ondertussen dat hij en zijn vriendin rubberen haaienslippers aan hadden. Ja, klopt, slippers in de vorm van een haai. Hun tenen werden als het ware opgegeten door de tanden. En ze waren geen twaalf. Zij had roze en hij had grijze. Toen de roze haaientand naast me kwam zitten verbleekte de ervaring van het geklets ineens; dit was een experience van een andere orde. Ik zoek naar een manier om het aardig te zeggen, maar er kwam een vreemde walm van haar af. Duidelijker gezegd: deze dame stonk. Ze stonk naar iets weeiigs als oud zweet vermengd met een andere niet thuis te brengen geur. En ik verdacht de plastic haaien ervan, die misschien al wel hoogbejaard waren en al erg lang aan haar voeten prijkten, haar voetengeur te hebben geabsorbeerd. De slippers waren eigenlijk naar de haaien, maar zij kon er blijkbaar geen afstand van doen. Jammer voor ons.


Ik maakte me al zorgen om de dames die de muscle relieve gingen verzorgen, want die zou bestaan uit het inmasseren van tijgerbalsemachtige wondercreme op rug én voeten. Ze moesten dus ook de haaienvoeten aaien. En die handen zouden dan weer naar andere voeten gaan, waaronder de mijne. Allemaal geen handige mentale overpeinzingen ter voorbereiding op iets wat ontspannen moest zijn, dus ik probeerde het uit m’n hoofd te zetten en in elk geval op een bedje zo ver mogelijk in de hoek te gaan liggen. Ik ben snel afgeleid door zintuiglijke prikkels, een eufemistische manier om te zeggen dat ik gewoon niet zo erg houd van penetrant oud zweet. 


Maar nu, we lagen daar te wachten in een ruimte met boeddha’s, het was eigenlijk best koud, en iedereen probeerde met zo min mogelijk kraken en draaien een pose te vinden waar ze 45 minuten in konden liggen. Ik heb hem helaas niet gevonden, maar mocht na 5 minuten niet meer draaien van mezelf. Ontspanning komt bij mij vaak neer op een grote oefening in verdragen en inhibitie. Gelukkig ging het feest voor onze spieren beginnen. Een van de twee dames die ons ging verzorgen was een gezellige meid met Rotterdamse tongval die de muscle relieve verkocht als ware ze een marktkoopvrouw en een zuster tegelijk. Ze voelde zich helemaal thuis in de beleving want gebruikte voortdurend de ‘wij’-vorm. ‘Het is een stilteritueel, want we willen natuurlijk wel goed kunnen ontspannen’, ‘nadien moet u het spul even van uw voeten wassen, want we willen natuurlijk niet uitglijden’. Ik had denk ik een nogal intolerante dag, want door dat zusterlijke ‘we’ voelde ik me ineens hoogbejaard, maar het woord ‘spul’ bleef ook onaangenaam plakken. Plakkend spul is denk ik een pleonasme en het woord plakte dan ook aan de binnenkant van mijn hoofd. Ik moest er van gniffelen, omdat ik dat een betere keuze vond dan ‘gatver’ roepen.


Toen de musclerelieve gastvrouw mijn voeten ging inwrijven met crème adviseerde de hoofdzuster iets te hard fluisterend aan de ander om de handdoek een beetje terug te slaan want dan zou het ‘spul’ er niet op komen. Wel verdraaid, ze zei het alweer. Toen haar bedeesde assistent aan mijn rug begon waarschuwde ze voor de overdaad aan ‘spul’ dat ze had gebruikt. Noem me een zeikerd, maar het woord ‘spul’ roept gewoon veel associaties op die weinig met schoon, fris, lekker en ontspanning van doen hebben. Het spul had ze rijkelijk uit de fles geknepen en bij het inmasseren maakte het ook soppende geluidjes. Dat kan heerlijk zijn bij een één-op-één massage, maar mijn associatieve adhd-hoofd zat nog te dealen met de ervaring van de stinkende haaientand. Ondertussen had ik ook geregistreerd dat de musclerelieveassistent geen handschoentjes aan had, en dus bedacht ik dat ze naast het tijgerbalsemspul ondertussen ook eventueel stank-spul, huidschilfer-spul en pukkel-spul van de andere saunagangers op haar handen had. Het maakte het soppende geluid onaangenamer.


Het was hard werken om de geur op te snuiven, me onder te dompelen in de heetkoude sensatie die tijgerbalsem biedt, en alle gebundelde ervaringen van de yinyoga toe te passen. Het lukte marginaal.  Het Spul was een liedje geworden in mijn interne jukebox en het werd telkens opgezet. Spul. Spul. Spul. Sperma. Snot. Viezigheid. Oorsmeer. Glibber. Pus. Ja sorry, bij spul denk ik aan deze dingen.


Als ze nu de hele tijd míj aan het kneden was dan was ik er misschien nog in geslaagd om die gedachten op wolkjes te zetten, donderwolkjes dan wel natuurlijk, weg te zinken in het bedje, mijn lijf te voelen, in het veelgeprezen hier en nu te zijn, de geur te ruiken, een beetje weg te dommelen zelfs, maar de twee dames moesten smeren en kneden bij acht mensen. Grotendeels lag ik dus te wachten op de volgende stap, het gesop te horen bij de buren, drie seconden te voelen hoe ik daar lag, helemaal in het mome….oh nee, het moment was weer weg. Spul, spul, spul.


Na 45 minuten was daar verlossing: het was klaar, we mochten gaan zitten en onze badjassen weer aan doen en mijn nek hoefde niet meer in rare hoek te liggen. Ontspanning is soms hard werken, maar als het dan klaar is volgt de daadwerkelijke muscle relieve. Geen woord gelogen dus.