…Want ik heb een krantenabonnement!
Dit klinkt wel wat veelbelovender dan de werkelijkheid, maar gezien de slechte relatie die ik en het nieuws hebben verdient het enige overdrijving.


Ik heb al jaren een knipperlichtrelatie met de Volkskrant. Het is een verstandhouding zoals je hebt met een oude flirt. Waarbij het nooit echt aan is geweest maar er vooral een vage aantrekkingskracht bestaat telkens als je elkaar ziet. Eenmaal afgesproken realiseer je je weer dat hij die rare frons heeft, dat hij ‘als’ en ‘dan’ altijd door elkaar haalt, en je vooral het idee van jullie twee leuk vindt. Na één koffie heb je het eigenlijk alweer gezien hebt.


Zo heb ik al vier keer een abonnement genomen en na een paar maanden weer opgezegd. Ik begin met een volwassen opgetogenheid, trots om mijn voornemen, overtuigd dat ik nu wél een steady omgang met mijn krantje weet te vinden, maar al gauw zie ik mezelf met tegenzin dat hele dikke papieren journaal uit de brievenbus pakken en zuchtend op het keukenblok leggen. Ik zie er een week tegenop om hem open te slaan, want de vorige ligt er ook nog en tegen die tijd dat ik de voorpagina heb gelezen ligt de nieuwe alweer in de bus. De torenhoge stapel is binnen enkele weken zo groot als mijn weerstand.


Ik lees eigenlijk het liefst Volkskrant magazine, een soort elitaire Viva, maar de callcenter meneer moest hard lachen toen ik, op het moment dat ik het abonnement de vorige keer opzegde, vroeg of ik niet enkel het magazine kon ontvangen. ‘Nou, tis eigenlijk een serieuze vraag’, maar hij zweeg, mogelijk omdat hij zich realiseerde dat de vraag kwam een vrouw mid dertig en niet van een 16-jarige.  Meer treurig dan schattig dus. 


Een tijdje terug heb ik me met dezelfde onverschrokken koppigheid waarmee ik ooit trachtte te stoppen met roken voor de vijfde keer aan een abonnement gewaagd. Want je bent een Nederlandse staatsburger, je moet toch een beetje weten wat er speelt, het getuigt van volwassenheid, je kunt nog eens meedoen met een discussie, je vindt lezen leuk, de Volkskrant is een toffe krant. Nouja, kan niks anders dan een succes worden toch?


Maar ik krijg dus stress van de krant. Ik wil ’s ochtends sporten en mijn fijne boek lezen waar ik in wegdroom, terwijl ik ontbijt. Ik wil me nog even verstoppen voor alle verplichtingen en moetens. De krant lijkt me te willen overhoren en fluistert tijdens het lezen over kabinetsformaties, Mona Keijzer en Covid protesten, dat ik een sukkel ben die niks weet. Hoe zit het nou met die mondkapjesaffaire? En wie was die hele Orbán ook alweer, en is het landbouwakkoord voor de EU, als ik het überhaupt goed heb onthouden dat daar een tijd terug een nieuwsitem over was, nu goed of slecht? Ik vind het een heel erg matig begin van de dag. ‘Je weet nul dingen, je krijgt het nooit meer bijgespijkerd, je hebt een achterstand van meer dan dertig jaar.’


Daarbij is er een tweede sfeerverlagende factor aan het fenomeen krant, namelijk dat de nieuwe krant ook altijd sneller dan het licht in de bus valt. Ik heb me nog niet goed en wel door de week heen bewogen, langzaam mijn krantenmotivatie masserend, en bij mezelf in de week leggend dat ik er bijna klaar voor ben hem open te slaan, of een nieuwe ligt alweer klaar om mij bestraffend aan te kijken in de bus. Hij komt terecht bovenop de zaterdagkrant van de week ervoor die er nog opvallend kreukloos uitziet. Heeft nog lekker comfortabel in z’n nette vouwen liggen wachten op een lezer.

Het klopt ja, goed gelezen, alle voorgaande tekst gaat enkel over de zaterdageditie. Eén krant per week dus. Eén wekelijkse dikke unit vind ik al een opgave. Hoe laat staan mensen op als ze elke dag de krant lezen vraag ik me oprecht af?! Zijn dat allemaal miracle morning mensen? Doen die niet aan Netflix, sport, boeken lezen of léven en zo ja: hoe krijg ik toegang tot dat universum waarin je klaarblijkelijk 30 uur in plaats van 24 uur in een dag hebt?!


Het niet lezen van de krant maakt dat ik wel andere vaardigheden heb ontwikkeld, want hoewel ik af en toe wel wat nieuws meekrijg van de radio, via instagram (ja hoor, helemaal mijn cup of tea in overzichtelijke plaatjes met beetje tekst), krijg ik toch vooral heel veel niet mee. Ik mijd de krant omdat ik me niet dom wil voelen en dom voel ik me vervolgens vaak als ik tijdens een pauze, borrel, aan tafel bij goed geïnformeerde schoonfamilie iets hoor dat ik niet weet. Inmiddels kan ik haarscherp aanvoelen wanneer ik iets 1) niet perse had kunnen weten omdat dit enkel bekend is bij fervente FD lezers of de mensen die het tot de laatste pagina van elk katern halen 2) op zich had kunnen weten want het is deze week al drie keer is langsgekomen op diverse kanalen 3) olie- maar dan ook oliedom is als item X aan je voorbij is gegaan. De nuance in taalgebruik, de vanzelfsprekendheid waarmee mensen informatie uitwisselen, de specifieke mensen die dat doen en mijn inschatting van hun krantenbedrevenheid maakt dat ik goed heb leren gokken, maar dat niet alleen…


Ik heb namelijk ook goed leren veinzen. Ik ben een kei geworden in, als het aankomt op het nieuws, hartelijk meeknikken, lege-altijd-goed-frasen, en het stellen van vragen die me eerder geïnteresseerd doen lijken in plaats van iemand die stiekem vist naar informatie. ‘Nou hè, dat is me wat dat Kaag is afgetreden, ik vind dat altijd gek dat ze aftreden als er iets misgaat, dan moet je toch juist de boel rechttrekken.’ Ondertiteling: vertel me please over de toedracht! Help, waarom ook alweer! ‘Wat een gedoe hè over die dood van dat Amerikaanse meisje en die gestoorde vriend’. Ondertiteling: what’s the fuzz ook alweer about?

Maar deze farce vind ik inmiddels toch wat vervelend. En de krantenvermijding werkt op zich redelijk averechts voor mijn doel om me niet dom te voelen, vertelde de cognitief gedragstherapeutische functieanalyse me die ik als noodgreep maar eens maakte voor mezelf. Dus nu stop ik hem in mijn rugzak en pak ik hem eruit in mijn 15 minuten durende treinritje naar werk, precies genoeg voor het lezen van een paar korte artikelen. Dit gaat best aardig en is zowaar ook wel leuk! Ik ga het nieuws zelfs al snel beter begrijpen merk ik. Moet ik natuurlijk wel het schrijven van blogs, checken van mail, instagram, Whatsapp kunnen weerstaan. En nu kreeg ik in de trein, waar de blogschrijverij altijd gaat stromen ineens het idee om te schrijven over mijn krantenweerstand. ‘Ja hallo, daar moet ik natuurlijk wat mee, ik houd immers van schrijven, je moet doen wat je leuk vindt Anke, je moet al genoeg, doe maar gewoon even, creativiteit is belangrijk, niet te streng voor jezelf hè, die krant loopt niet weg hoor.’


Het is als een trekje van een sigaret na een periode onthouding. Het is altijd lekkerder dan je denkt en je gooit je zorgvuldig opgebouwde nieuwe gewoonte met gemak weer in de prullenbak. In dit geval vermoedelijk in de oud-papierbak. Fingers crossed voor de terugweg.