Ik ken vrouwen die net als mannen steengoed kunnen autorijden, kaartlezen zonder de kaart te draaien, dingen weten van beleggen, heel erg rationeel zijn, zelden huilen en het financieel dagblad lezen. Ik ken ook heel gevoelige vrouwen die hysterische tantrums hebben, dagelijks kunnen huilen terwijl ze zelf psycholoog zijn, steevast te laat richting aangeven als ze moeten navigeren, nul dingen weten van beleggen en enkel Volkskrant magazine of de Donald Duck lezen. In elke vrouw, waar zij zich ook bevindt op het hier geschetste continuüm, huist echter ook op een bepaald moment in haar leven een minder rationele kant; een soort kruising tussen een innerlijk viva forum, een Tineke de Nooij (die van de biostabiel) en een goedkope paranormaal begaafde van astro-tv die signalen doorkrijgt en nietszeggende dingen interpreteert. Het moment dat moedertje natuur eens een slinger geeft aan die eierstokken, er is gepiest over ovulatiesticks en dat er vurig wordt gehoopt dat er een baby in haar huist gaat deze kant zich in bijna iedere vrouw langzaam openbaren. Kan ze niks aan doen. 


Terwijl de ene helft van het kinderwensende stel de dagen ondertussen doorbrengt met vredig snurken/ muesli naar binnen lepelen bij de krant/ Netflixen / de kattenbak schoonmaken worden er in het vrouwenhoofd verbindingen gelegd en conclusies getrokken over minuscule signalen die zouden kunnen wijzen op….. die soms best iets weg hebben van wat je bij een psychose ‘het waansysteem’ noemt. Alle signalen die zouden kunnen bewijzen dat de onwrikbare overtuiging niet klopt, worden moeiteloos ingepast in het hele verklaringsmodel (‘nee je ziet geen sporen van de geïmplanteerde chip in mijn huid want tegenwoordig dienen ze die via je voedsel toe’) en ook wordt aan schijnbaar nietszeggende verschijnselen vaak overmatige betekenis gehecht.


Ik ben zo’n vrouw aan wiens eierstokken een flinke slinger is gegeven. Zo’n vrouw die heel graag wil wiegen, snoetenpoetsen en een naar zwitselruikend schepseltje wil met eng breekbaar nekje en zonder dat ik er iets aan kan doen mijn dagen vul met interpreteren en duiden van gebrek aan eetlust, juist heel veel trek, vaak moeten plassen, steekje hier, krampje daar, boze uitvallen, of scherpe hoofdpijn. Ik probeer het soms los te laten, zoals sommige mensen dit vaak zo roemruchte (maar furieusmakende en schuldinducerende) advies geven, maar het lukt niet. Het is bovendien verdomd lastig om ‘gewoon’  lekker door te gaan met leven en je op andere dingen te richten vanwege de gekmakende, allesoverheersende en in ons genetisch materiaal vastgelegde voortplantingsdrang, maar ook iets anders:
Ga maar eens lekker vredig snurken/ muesli naar binnen lepelen/ netflixen /schoonmaken als je ellenlange instructies krijgt uit een ziekenhuis om op uiterst precieze tijden spuiten met hormonen in een vetrol te zetten, vaginale capsules in te brengen en maar weer voor de 8292929220ste keer de benen in de beugels te leggen voor de hele goegemeente aan coassistenten. In plaats van lekker loslaten doe ik dus zelf aan lekker interpreteren en lekker niet realistische conclusies trekken precies zoals ze mij uitkomen.

 
Een kleine indruk van mijn waansysteem:

De wekker gaat en ik heb honger. ‘Hm, ik voel me een beetje misselijk’. Ik heb nog steeds zin in eten dus ik maak het en ga ontbijten. Daarna stopt de misselijkheid. Dat is dus heus níet gewoon een teken van een lege maag want dat (zo spreekt de waan) heb je immers bijna nooit en volgens mij ben je na het eten ook nog wel ietsiepietsie misselijk. Toch? Je voelt een beetje zo’n drukkend gevoel op je keel toch?! En hebt geen zin in een koffie want je zit onaangenaam vol toch?! Zie je wel, je bent echt een beetje misselijk. Overigens, als je je adem in dit proces ongemerkt inhoudt van de spanning of er heel erg op gaat letten word je vanzelf misselijk kan ik je vertellen.


Ik moet vreselijk vaak plassen en voel me net een babyborn. Nu drink ik onnoemelijk veel  thee in van die halve vazen, net als altijd, en is mijn plasfrequentie waarschijnlijk niet hoger dan normaal, behalve dat het nu opvalt omdat ik de neiging voel te tellen hoe vaak ik ga. (Dinsdag 14 keer). ‘Zie je, alweer plassen. Verrek, ik moet alweer! Nou dit is niet normaal hoor.’ Als een collega dan zegt ‘zo jij hebt hoge nood de hele tijd hè’ is het bewijs sluitend voor de waan: iets in mij doet mij vaker plassen, en het is niet mijn blaas. 2-0 voor de waan.


Ik voel steken en krampen in onderbuik. En die zijn niet fijn. Ze zijn eerst te negeren maar daarna niet meer en ik word bang want DIT VOEL IK PRECIES BIJ ONGESTELDHEID. Mais non, dit kan ook wijzen op innesteling. Maar ook op menstruatie. Maar ook op innesteling. (Rent snel naar de wc: geen bloed! Yes! Innesteling it is. Kijkt de rest van de dag dwangmatig Downton Abbey en negeert alle kramp vakkundig).


Ik lees ‘ineens’ het boek van mijn all time favorite Aaf Brandt Corstius die al een tijdje op mijn boekenlijstje stond: ‘het jaar dat ik twee keer moeder werd’. Dat kan geen toeval zijn dat ik juist nu zin heb in dat boek. Nee, ik heb geen eigen wil en heb niet met mijn gewone bewustzijn dat boek uitgekozen. Dit zijn dus precies de nesteldrangende hormonen, dat heeft niks met mijn preoccupatie te maken, maar is louter een spel van de kosmos om mij alvast een teken te geven. 


Ik zit samen met de man bij favoriet Italiaans restaurant waar ik dus de hoeveelheid rauwe kazen, hammen en volle wijnen beperk tot zegmaar nul en eet een kwart van de enorme borrelplank. Na me te hebben gelaafd aan de broodjes met tapenade at ik slechts de helft op van mijn hoofdgerecht. Ja het was best wel veel brood dus dan zit je vol, maar de dag dat ik mijn rigatone met kalfsstoof en knolselderij niet op krijg en wijverig puf dat ik ‘eeeecht op ploffen sta’ moet ik nog meemaken maar heb ik op mijn 37ste met verbazing voor het eerst ervaren. Ik eet altijd sneller dan het licht, tot ergernis van sommige tafelgenoten, meestal eet ik ook nog wel een restant van het bord van iemand anders. Nog nooit ben ik bovendien in een restaurant naar huis gegaam zonder een toetje. Dit is toch wel het voornaamste bewijs waar mijn waan trots mee zwaait. ‘Ze zit vol bij een half bord kalfsstoof, há!’ Wat het precies zegt weet ik niet, en of het iets mee te maken met een meercellig groeiend organisme kan hebben ook niet, maar het is afwijkend en de waan zoekt afwijkend.


Ik heb zin in een salade met augurk. Ja ik sta ook versteld van die goedkope teken dat de waan hierin ziet want aurgurken zijn (come on!) erg cliché en staan in grootmoeders handboek voor moeders, maar ondertussen eet ik er vast 3 tijdens het maken ervan. Ik ben sowieso een sucker voor augurken, kimchi, zuurkool, citroen en hoewel ik met volle bewustzijn besluit de augurk te eten en die normaal ook makkelijk eet schreeuwt mijn waan: ‘Hoe vaak eet je nou eenmaal staand een augurk uit het vuistje?! Nou?!’ Ik ben hongerig en eet vaak staand dingen uit potten, zoals een lepel pindakaas of een hand vlokken maar MAAKT NIET UIT. DIT IS EEN AUGURK EN ZWANGERE VROUWEN HEBBEN ZIN IN AUGURKEN. 


Ik denk dat dit waansysteem van mij, waarmee ik me ook nog eens verbonden voel met andere vrouwen, niet enkel een uiting is van mijn mijn controlebehoefte of vurige wens, maar mij ook even wil laten meedeinen op de mogelijkheid der dingen, wil laten dromen, me even al een beetje moeder wil laten….wanen.

Tot dat ellendige staafje met altijd een beetje teveel pies me als een soort antipsychoticum weer terugbrengt in de realiteit, waan ik mezelf dus nog even lekker heel erg niet-loslaterig in het land der mogelijkheden.