Het geheugen is complex. Ik leg het dagelijks uit aan patiënten. Je hebt een geheugen voor kennis over de wereld, een autobiografisch geheugen, een geheugen voor automatismen en bewegingen, en nog allerhande verschillende netwerken die zorgen dat we informatie kort kunnen vasthouden, dat ezelsbruggetjes daadwerkelijk beklijven en dat een geur herinneringen van 30 jaar geleden oproept. Het zit fantastisch in elkaar, al weten we er de helft nog maar van.

Emotionele lading, interesse en inzet spelen een belangrijke rol in hoe goed de informatie wordt opgeslagen. Van nature bereiken de eredivisie uitslagen meestal niet de oneindigheid van mijn langetermijngeheugen, waar ik berichten van een nieuwe vlam woord voor woord, met gemak inprent. Inclusief interpunctie.

Goed tot zo ver een keurige uiteenzetting. Als u nu even de neuropsychologische pet af zet verbaas ik mij desondanks over de volgende wetenswaardigheden:

Onbelangrijke, niet meer bruikbare en irrelevante info die gegrift staat in de hippocampus:
-Strani Amori van Laura Pausini kan ik na 15 jaar moeiteloos meezingen nadat ik het woord voor woord uit m’n hoofd leerde. Leek me destijds een gedegen voorbereiding op een uitwisseling met italiaanse school.
-Voor de tunes van Dommel, Ovide en Bush Bush draai ik m’n hand niet om. Van begin tot eind, let wel: van begin tot eind.
-Ha una busta di plastica? (Wilt u een plastic tasje) is niet de meest bruikbare uit de Wat & Hoe maar is de enige die de reis naar het langetermijn geheugen heeft doorstaan. Togliti davanti alle palle is een scheldwoord wat zoiets betekent als ‘ik ruk je ballen eraf’. Tsja. Wellicht nog eens bruikbaar als de winkelier me geen plastic tasje geeft.
-Alle verjaardagen van m’n basisschoolvriendjes kan ik moeiteloos oplepelen. 17 mei, 18 mei, 26 juli, 20 juni, 28 december zijn jarig Wouter, Nienke,  Susanne, Yvonne en Marissa.
-Alle telefoonnummers van vorige woonadressen diep ik moeiteloos op. En die van de ouders van Yvonne, Olga en Susanne.
-Meester Jan scheurde uit z’n broek, juf Marjolein bleef ooit een dag thuis omdat haar relatie uit was (ik was er helemaal kapot van), meester Ludwin was een Fries en woonde tegenover de school, juf Marianne was de juf die me tegen een bielzen klimrek aan zag springen waardoor ik een gat in m’n kop had. Ja, deze herinneringen zwemmen allemaal in de poel van het langetermijngeheugen.

Dingen die mogelijk wel nuttig en belangrijk zijn, maar het vertikken om in de kop te blijven:
-De stelling van pythagoras. Hoe ging die en waar was die hele stelling eigenlijk voor?
-Hoe zit het ook alweer met Israel en Palestina?
-De verjaardagen van m’n huidige vrienden.
-Pro-actieve en retro-actieve interferentie. Het ene is dat je iets leert (lijst A) en daardoor moeite hebt om iets anders nieuws (lijst B) op te slaan. En het andere is dat je iets leert (lijst A) daarna iets nieuws leert (lijst B) en je daardoor niet meer het eerste (lijst A) kunt opdiepen. Ik heb dat al een stuk of 43 keer opgezocht.
-Hoe zit het ook alweer met de Taliban?
-Hoe zit het ook alweer met Ghandi?
-Hoe zit het ook alweer met eerste en tweede kamer.
-Hoe zit het ook alweer met kernenergie?
-En met Tsjernobiel?

Bij intelligentie discussies over kernwapens en terrorisme en wiskunde kan ik mij gelukkig afzonderen met een leuk deuntje van Ovide of Laura P. Dat is toch een fijn iets.