‘Jij hebt echt  een talent je te ergeren’.

Het zal je maar gezegd worden. Het bleek een compliment, maar het zette me aan tot denken. Ben ik snel geërgerd? En merken mensen dat dan? Kom ik  intolerant over? Blijven die oogrollende bewegingen niet onopgemerkt? Ben ik niet gewoon even vaak geërgerd als buurman, collega, vriendin, vader, moeder? Is ergeren slecht of is het soms ook een beetje goed? Het duurde een tijdje voor ik me realiseerde dat ergernis vaak niet enkel vervelend en negatief en frustrerend is, maar ik het vaak wel lekker vindt. Helemaal als je het samen doet. En het hartgrondig eens bent over ‘t object van irritatie. Dan kun je betekenisvolle blikken wisselen, zuchten slaken en punten scoren met sarcastische grappen.

Een hele erge ergernis van mij ligt besloten in de communicatiestijl van mensen. En dat treft, want we communiceren veel op een doodgewone dag. Met name de snelheid van communiceren en de hoeveelheid informatie die wordt overgebracht kan mijn ogen doen rollen.

Mensen die elk woord overpeinzen voor het uit te spreken, mogelijk uit angst onoverkomelijke foute dingen te zeggen waar ze hun hele leven voor moeten boeten, vind ik hogelijk vervelend. Ik kan daar niet naar luisteren. Tijdens een betoog van  zo’n weifelaar scandeert in mijn hoofd ‘ik weet al tien jaar wat je wilt zeggen, schiet op!’, waarbij ik me moet bedwingen niet elke zin aan te vullen terwijl ik ondertussen broedt op botte grap.

Bijzonder irritant vind ik het ook als mensen heel veel informatie geven. Als iemand iets wil vertellen over wat zijn/ haar plannen zijn die avond en begint met z’n belevenissen bij de koffieautomaat die ochtend, raak ik snel verveeld. Mensen die op een simpele vraag een antwoord geven dat je zou kunnen bundelen in boekvorm kan ik merendeels ook niet waarderen. Ik ontmoet beroepshalve veel ‘wijdlopige’ mensen. Dat heeft niks te maken met een ruime tred, maar wel met niet zo erg een to the point verhaal kunnen vertellen. Vaak hebben ze dementie, of een beroerte of zijn ze manisch of delirant. Maar dan knijp ik een psychologisch oogje toe. Ze kunnen er niks aan doen. En het is ook mijn werk. Buiten werk vind ik het wel fijn als mensen een beetje normaal doen. En op de vraag ‘wil je een ei?’, gewoon zeggen:

 ‘Ja’.

In plaats van ‘nou ja, weet je ik twijfel even, want ik eet de laatste tijd allemaal maar yoghurt in de ochtend, of zelfs helemaal geen ontbijt, want de kerst hè, sjongejonge, wat heb ík gegeten zeg, dat was te merken op de weegschaal hoor, ik moet echt een beetje opletten…blablablapoepbluh’

Meest irritant vind ik het als mensen niet kunnen afronden. Niet op de grappige ‘jij moet ophangen’, ‘nee jij moet ophangen’,‘nee jij, hihi’-manier, maar op de ‘het gesprek is al klaar dus hou op jezelf te herhalen’-manier. Ik zat laatst in heel prettig gezelschap, te midden van een gek gezelschap. Er waren veel mevrouwen met rood haar en paarse Didi kleren en de gemiddelde leeftijd lag rond de 55. Het was een soort lezing en er werd verteld (met rokerige stem, grappig,vlot, gevat) door ook een snel ergeraar. Ik was blij en gelukkig en moest vaak lachen. Deze lezingmevrouw vertelde over hoe ze op haar reis een zgn. zonnebrilverkoper op de foto had gezet, ondanks de waarschuwing van de zonnebrilverkoper dit niet te doen, en hoe ze het vervolgens met deze man aan de stok kreeg. De zonnebrilverkoper, wie kent hem niet. Ze hebben handige dingen, zoals zonnebrillen, maar ook vaak tasjes en cd’s en meestal eigenlijk wel alles wat mogelijk nuttig kan zijn bij de betreffende weersomstandigheden en omgeving. Het was dus een grappig verhaal. Iedereen lachte. Daarna kabbelde de lezing nog een uurtje voort. Aan het eind vroeg een mevrouw (met bril, maar geen zonnebril) met zenuwachtig opgefokt hikje in haar stem:

Irritante mevrouw:  ‘Ja uhm, zou je denk je een volgende keer weer een foto maken van zo’n zonnebrilverkoper?’, om bijna gelijk door het sociaal wenselijke, helaas niet sarcastische antwoord heen te hinniken en te zeggen:

Irritante mevrouw: ‘Nee? Oh ja ok.  Nou gewoon ik dacht ik vraag het even. Ja want Hollanders die maken vaak gewoon foto’s van mensen, ook al willen ze niet op de foto’.

Lezingmevrouw: ‘Ja het was inderdaad best wel stom. Heb ik je per ongeluk beledigd?’

Irritante mevrouw: ‘Nee hoor,HAHAHAHA

(hoe kom je er inderdaad bij. Geen mens heeft die zonnebrillenopmerking onthouden maar jij houdt hem een uur vast en durft een vraag te stellen waar je niet eens een antwoord op wilt maar je wilt gewoon een punt maken, dus nee natuurlijk niet, het is gewoon een willekeurig leuk gezellig vraagje)

Lezingmevrouw: ‘Ja klopt, ik wilde ook helemaal niet een foto maken, maarja, ik liet me overhalen door mijn reisgezelschap. Ik zou het een volgende keer nooit meer doen.’

Irritante mevrouw: ‘HAHA, nee oke, prima. Ja ik denk ik vraag het maar even, waarom zou je het doen weetjewel, als iemand vraagt om geen foto te maken’

Lezingmevrouw: ‘Het was echt HEEL stom van ons’

‘HAHA, ja ok. Gelukkig maar, want je pakt echt een stukje van iemands ziel met een foto.’

De donkere mevrouw bleek niet een erg talent te hebben voor het oppikken van non-verbale signalen zoals ingehouden adem van veel mensen, het wegkruipen in stoelen door plaatsvervangende schaamte, gesmiespel met de strekking ‘waarom bestaat zij’. Waarschijnlijk schaamde ze zich achteraf ook niet, omdat niemand ooit de moeite heeft genomen te zeggen: ‘nu stil jij, hou op, ik kan je niet verdragen’.

Graag wil ik toch deze mevrouw bedanken. En ook alle trage praters en wijdlopige mensen. Dank voor alle ergernissen. Ik erger dus ik ben.

En ik heb weer fijn kunnen schrijven.