Dolle mina

plaatje dolle mina

 

Ruziemaken is een kunst. Nu kan ik veel dingen best heus wel goed. Maar, tenzij het een kunst beschouwd kan worden als je met toorts, fakkel, tranen en bombarie op de barricaden springt om een punt te maken, kan ik van ruziemaken geen r.e.e.t. Ik doe het met meer snot dan nodig, met meer hysterie dan nodig en Socrates zou een puntje kunnen zuigen aan mijn waterdichte, rotsvaste retoriek, die per ongeluk de ander de mond snoert. Een wellicht overbodige noot, maar de ander is steevast een man.

Ik heb in de eerste plaats de vervelende gewoonte dat ik koste wat kost een ruzie NU moet uitpraten. Ruzie is stom en de stomheid moet weg en wel nu. Anders moet ik werken met narigheid in m’n hoofd en slapen met narigheid in m’n hoofd en eten met narigheid in m’n hoofd en series kijken met narigheid in m’n hoofd en hardlopen met narigheid in m’n hoofd, afijn, ik kan nog even doorgaan, maar de narigheid moet dus weg en snel een beetje. Ik ben jaloers op mensen die vertellen dat ze 3 dagen naast elkaar in huis hebben geleefd zonder een woord te hebben gezegd. En dat ze dit dan heel lang vol kunnen houden. Hoe is dit een probleem denk ik dan? Hoe fijn is het als je elkaar niet lastig valt met je duivelse ideeën, onredelijkheid of verwijten, onderwijl je silent treatment perfectionerend. Mijn uitpraatdrang zorgt er vooral voor dat er niks wordt uitgepraat om de doodeenvoudige reden dat dat nu eenmaal niet zo denderend gaat als je je emoties de lucht in torpedeert. In plaats daarvan krijg ik een system shutdown bij de boyfriend. Die gaat verwoed afwassen en weet zelfs niet meer weet hoe hij heet als ik het zou vragen.(HOE HEEEET JE??!!!! klinkt dan ook niet zo gezellig)

Dat het nodig is om efkes na te denken zoals het een ontwikkeld en beheerst mens betaamt snapt mijn rustige, gelukkige brein maar al te goed. Je wilt bijvoorbeeld nadenken over bewoordingen, om te voorkomen dat je iemand kwetst, je moet even overwegen of je je ongelijk wil toegeven, of je moet gewoon afkoelen. Allemaal legitiem, maar tijdens een ruzie gelden andere spelregels. Ik word overgenomen door een dolle mina die schreeuwt om rechtvaardigheid. Ik gooi mm bh nog net niet de lucht in, maar eis dat de ander me te woord staat. Ik kan pas stoppen als er een conclusie is, we weer vriendjes zijn of als iemand me knock out slaat. Dat laatste is nooit gebeurd maar het zou eigenlijk niet eens een slechte oplossing zijn.

Je gevoel structureel binnenhouden, je kop in het zand steken en met oogkleppen op doorgaan, is niet goed. Dat zie ik als psycholoog maar al te vaak. Daar krijg je hommeles van, je hoofd wordt te vol en dan barst het. Om zelf het goede voorbeeld te geven krop ik dus niet op. Ik ventileer, blaas stoom af, zoek steun, deel mijn gevoel. Als ik het zo zeg klinkt het vrij constructief en gezond. De waarheid ligt alleen niet zo netjes in het midden maar meer aan de andere kant van het spectrum. Ik spuug elk gevoeletje meteen uit. Alsof er inwendig een allergische reactie ontstaat wanneer ik 5 min. in m’n eentje verdrietig moet zijn. Kan niet, uitspugen, weg ermee, deel die shit. Soms kun je beter boos zijn in je eentje of inwendig snotteren en love actually of the terminator opzetten voor de betere projectie.

Bij het echt goede werk ben ik eerst vooral boos op de ander, of verdrietig om iets. Maar als na een tijdje de vredesduif vrolijk rondfladdert en een gezellig deuntje koert, word ik langzaamaan boos op mezelf. Want ik heb de dag verpest. Ik was onredelijk. Ik was een dolle mina met d’r BH aan. Ik geloofde de hysterische kleine vrouwtjes in mijn hoofd die zeiden dat ik gelijk had en dat ik moest strijden voor al het onrecht dat hier gaande was. Lekker gezellig vredeswijn drinken is dat hoor.

Nu is natuurlijk niet alles te wijten aan hysterische innerlijke stemmetjes, sommige situaties vragen erom. Zo gebeurt het bijvoorbeeld nogal eens, begrijp ik ook van mijn vriendinnen, dat een ruzietje nog wordt beklonken in bed. En dan heb ik het niet over een gezamenlijk vredesdansje achteraf, maar gewoon een uitpraatsessie terwijl je naast elkaar ligt. Nu kun je een hoop zeggen over mijn ruziemaakstijl, maar saai is het nooit. Toch gebeurt het weleens dat ik een betoog afsteek van heb ik jou daar, huil, zwijg, vuurspuw en dat beantwoord wordt met een monotoon gebrom, ofwel, er wordt gesnurkt, ofwel er wordt geslapen. Ik kan het de man niet kwalijk nemen want ik ben op zo’n moment een iets te sterke aanhanger van ‘de kracht der herhaling’, maar pardonnez moi?!?! Op zich is het voor mij en alle 73838292 vrouwen die dit overkomt niet bijzonder kalmerend als je merkt dat jouw misère werkt als een slaapliedje en goed materiaal is voor een dutje.

Op frasen als ‘je bent zeker gestrest voor werk’ of de bekende ‘moet je ongesteld worden?’ is er precies niemand die denkt ‘eehm nu je het zegt, dat is een goeie! (Overigens denk ik dat nu wel) Overmorgen moet ik ongesteld worden. Weet je, laat in dat geval deze ruzie maar zitten, dit zijn enkel mijn hormonen’. Dit is een provocerend statement, een middel dat uiterst sfeerverlagend werkt, temeer omdat dit een techniek is van de vrouw die de man enkel heeft gejat. Nóg een reden om boos te worden.

Nu schijn je al een heel eind te zijn, zei mijn mindfulnessjuf ooit, als je je emoties kunt omzetten in een creatief proces (een blog) en bij deze dan ook de gretige lancering van mijn flinke dosis zelfspot. Al met al toch een soort kunst.