new-york-city-marathon-running-sports-ecards-someecards-share-image-1479837385
Dat ik me er volle bak in zou storten had een blinde natuurlijk van tevoren kunnen zien. Dat ik geen genade zou kennen bij dikke regendroppen, moeheid en kwalen wist ik ook al. Dat ik rustdagen met groots schuldgevoel zou doorstaan omdat rust voor watjes is en dat ik op m’n handen moest gaan zitten om na een duurloop niet ook een bodypumpje erdoor te jagen had ik voorzien. Ook was ik me er op bedacht dat ik me een dieet van bulgur, quinoa en havermout zou aanmeten en de relatie met de mexicano on hold zou komen te staan. Al die dingen wist ik toen ik me inschreef voor mijn eerste marathon. Al van jongs af aan vergezelt mijn innerlijke streber me namelijk bij allerhande activiteiten en heeft hij de druk altijd lekker opgevoerd, vroeger al bij het kleuren van kleurplaten, een potje stoepranden, het schrijven van opstellen, tot het beoefenen van mijn vak.
Hoewel mijn verwachtingen op dat vlak dus klopten, waren er genoeg verbazingen de afgelopen maanden. De voorbereiding op zo’n idiote afstand doet je transformeren tot een weinig altruïstisch schepsel dat bemoeienis met eigen stoelgang, staren op hardloopklokjes en lurken aan superfoods als bietensap het belangrijkste op aard vindt en iedereen lastig valt met z’n nieuwste koolhydraatrijke zoete aardappelrecepten. (sorry!) Zie hier een greep uit mijn verwonderingen van deze marathon-reis:
-Vier keer in de week trainen en per week ruim 60 kilometer rennen maakt dat je de rest van het jaar je voeten liever verbergt in dikke sokken of dichte schoenen. Bij de pedicure kun je beter met lichte schaamte de andere kant op kijken en mocht je een bruiloft hebben, laat de poezelige muiltjes maar uit je hoofd. Mijn voeten zijn lelijke vleesbonken geworden in plaats van zachte pootjes met roodgelakte nagels: ontstoken tenen, blauwe nagels, afvallende nagels, vellen, drukplekken, eelt overal. De gemiddelde bejaarde met kalknagels is er niks bij. Dat je hardloopschoenen gaat kopen voor langere afstanden en met maat 41 ineens het mannenmodel in maat 43 1/3 nodig hebt, helpt ook niet mee voor je gevoel van vrouwelijkheid.
-Waar ik eerder voor de wederhelft een welriekende vrouw was met goede manieren, bloemetjes poepend en immer gehuld in een vleugje Chanel nr. 5, zo ben ik een naar sportzweet geurende vriendin geworden die bij het ontbijt haar frustratie ter sprake brengt dat het ledigen der darmen nog niet is gelukt terwijl ze al wil gaan hardlopen. Ik ben de vrouw die met samengeknepen billen binnen komt rennen na een hardloopsessie en met veel bombarie (en geluid) op de wc ploft, vol dankbaarheid dat ze het niet in haar broek heeft gedaan. Nog nooit eerder kwam mijn stoelgang zo vaak ter sprake maar als je maar vaak genoeg meemaakt dat je met nog minimaal 10 kilometer van huis een darmexplosie al rennend probeert af te wenden en overweegt om aan de maasboulevard je broek te laten zakken, is het ineens niet meer zo genânt om je poepgedrag met je vriend te bespreken.
-Veel hardlopen betekent volle wasmanden. Per week draait de wasmachine overuren en hangt het wasrek het grootste deel van de tijd vol met felgekleurde dunne broekjes en hemdjes. De man zag mij de afgelopen maanden vooral make-uploos in sportkledij of makeuploos in een huispak dat ik na de werkdag van pure uitputting meteen aantrok, onderwijl pulkend aan een blauwe teennagel. Kortom: een marathontraining is echt zeker aan te bevelen als je de passie in je relatie eens flink wil opstoken.
-Ik dacht oprecht dat ik mijn sociaal leven, werkende leven en marathontraining helemaal prima kon combineren. Laten we even een moment nemen om daar hard om te lachen. Als mensen sowieso nog met je af willen spreken en je hardloopgeleuter nog kunnen verdragen dan heb je daar eigenlijk geen tijd voor want je bent moe, want je moet meer slapen, want je wil even geen alcohol drinken, want er zit maar 24 uur in een dag (waarvan je het leeuwendeel aan het gapen bent), want je bent zit in je hardloopcocon en bent dus überhaupt niet zo gezellig.
-De lange duurloop, de belangrijkste in de marathontraining, was andere koek dan ik verwachtte. Aanvankelijk kwam mijn zelfdestructieve kant er tegen in protest: ‘wat is er leuk aan drie uur sjokken op laag tempo?Kapot gaan moet je, hard gaan zul je, voorwaarts en opwaarts!’ Ik was bang me intens te gaan vervelen en kon geen playlist bedenken die me drie uur lang zou boeien. Hoe kwam ik de tijd doohooooor! Tot ik het fenomeen luisterboek ontdekte. En het fenomeen van zondagochtend vroeg hardlopen als er nog geen hond wakker is. En het fenomeen van het ruiken van de dauw en het zien van een pril zonnetje. En het fenomeen van plekken zien in Rotterdam die je nog niet kende omdat je nooit eerder zo gek was om een stukje van 35 kilometer te wandelen. Wat bleek: de duurloop werd mijn favoriet. Het werd het moment in de week waar ik mijn hoofd pas écht kon legen, ik me lekker liet voorlezen uit Het Rosie Project en langzaamaan in steeds betere conditie raakte. De zelfdestructieveling leerde dat langzaam ook lekker is, presteren soms dus retevervelend en je niet altijd sneller-meer-beter hoeft. De duurloop heeft mijn hardloophart sneller doen kloppen. En uiteindelijk juist langzamer, maar dat is een hardloopgrapje.
-Je gaat dus stomme hardloopgrapjes maken waar verder niemand op zit te wachten.
-Na een lange duurloop heb je ongeveer 2300 calorieën verbrand. Dat is heel veel. Dat is wat een grote vrouw of een  kleine man mogen eten op een hele dag. Dat betekent dus heel veel extra eten. En dat betekent hemel op aarde. Denk je eens in dat je zonder pardon twee repen Tony’s zou kunnen eten en nog steeds een calorietekort op de teller hebt staan. Say whut?! #thedream
-Nu er nog tweeënhalve week op de teller staan en ik ein-de-lijk weer normaal mag doen en veel dutjes moet doen om krachten te sparen zou je denken dat ik me vol overgave in donzen dekbed stort en god op blote knieën dank dat ik niet meer drie uur door achter elkaar kilometers hoeft te vreten. Het tegendeel is waar. Ik mis de endorfinen, voel me rusteloos terwijl het lijf moe is, heb duizend pijntjes, voel razende adrenaline door m’n lijf en slaap slecht. Ik voel me een speelgoedautootje dat je naar achter trekt om hem op te draaien waarna hij keihard wegschiet. Behalve dan dat er niet wordt losgelaten. Want ik mag nog niet. Aaarrgghh. Kan iemand me vastbinden please? Daarentegen ben ik eenmaal buiten doodsbang voor elk stoepje, trapje, te hard rijdende auto, en durf ik niet op hoge hakken te paraderen uit angst voor verzwikte enkels, misstappen, valpartijen. Spiedend naar mogelijk gevaar loop ik als angstig vogeltje door de Rotterdamse straten. Waar ben ik aan begonnen?
Nog twee weken. En dan laat ik die marathon een poepie ruiken (hopelijk niet tijdens het lopen).