Godsgeschenk

Verdragen. Een woord voor de GGZ bingo, zoals een cliënt van mij honend dit soort psychologisch vocabulaire verzamelt. Het is een term die in vrijwel elke sessie met iedere cliënt terugkomt. Moeilijke gevoelens voelen is wat we in de kern liever niet willen. Moeilijke gevoelens wegmaken: Ja! Hoi! Bel me! Maar doorvoelen en verdragen: Mwoah, not so much. Wegmaken kan op allerlei intelligente manieren die er de schijn van hebben dat iemand helemaal lekker in contact is met z’n emoties, maar die niets meer zijn dan rationaliseren en intellectualiseren, kortom: lullen óver je gevoel. Er is de beruchte zelfsussing met alcohol, drugs, gokken, sporten en workaholicen dat het een lieve lust is waarmee de gevoelens in de dempende doofpot gaan. Weer een ander houdt zich krampachtig vast aan positieve en fijne gevoelens; al wat moeilijk is wordt afgeweerd met een dwingende blik op het moois. Vreselijk vermoeiend allemaal, dat verzet tegen de pijnlijkheid in het leven, soms nog meer dan de pijn zelf.


‘Verdragen’ heeft voor veel clienten net zo negatieve en irritante bijsmaak als het woord ‘acceptatie’. Liever een oplossing, een stel teugels in de handen of een duidelijke handleiding hoe ergens van af te komen, ik snap het. We vragen vrienden of chatGPT om advies, op social media circuleren allerhande wijsheden en peptalks, legio zelfhulpboeken is beschikbaar of ‘challenges’ om van een ongewenst gevoel af te komen wat je niet blieft. Een illusie natuurlijk, door het leven navigeren zonder enig lijden maakt alles betekenisloos, maar het verzet ertegen zit in de mens ingebakken. In elk geval in de Westerse mens.


Ik ben zelf eigenlijk geen grootmeester in verdragen. ‘Gewoon voelen’ zonder oordeel is best lastig. Soms gebeurt het me, dan zit ik met een rotbui een serie te kijken, voel ik tranen opkomen, voel ik het in mijn lijf aanzwellen, huil ik wat en neemt het af. Zonder duidingen, zonder snappen, zonder acties of wat dan ook om het te beheersen. Nee gewoon, voelen en dat was dat. Tijdens het hardlopen is er geen ontsnappen aan en moet je maar in beweging blijven met je opkomende angst, verdriet of razende woede. Het komt en gaat en als je maar lang genoeg rent komt er van alles voorbij. En laten we de yinyoga niet vergeten. Dat lijf liegt zelden en bij sommige lange oncomfortabele houdingen is er dan ineens een verdriet of een onmetelijke frustratie die nergens aan te koppelen is. Het is gewoon. En ebt vanzelf ook weer weg.


Momenteel zit ik hier chagrijnig en met enorme spierpijn te balen dat ik naar hardlooptraining moet. Moeten is relatief, maar ik probeer me te commiteren. Het is buiten duizend graden en ik ben moe, voel me stram en heb heen zin. Daarnaast is er erg veel missen van de man met wie er nu even pauze is. Ook baal ik van een actie van een collega en mijn scherpe reactie erop. En toch zit ik vooral te bedenken dat ik m’n gedachten maar eens om moet zetten in een creatief proces, zoals een blog (guilty as charged) want dan voel ik me vast beter. Ik zit maar te proberen te snappen waarom ik zo’n pesthumeur heb en voor de zoveelste keer gaat het door me heen: oh ja, te kort geslapen, dat zal het zijn. Alsof ik me met deze schijn van oorzaak-gevolg ineens beter voel.


Iemand missen vind ik een vreselijk moeilijk gevoel om te verdragen. Missen met beloning in het vooruitzicht van elkaar weer zien is misschien nog best leuk en gekleurd door dagdromen. Maar in dit geval is dat er niet. Misschien leidt de bezinning immers toch tot een afscheid. Waar moet ik nou heen met al dat missen? Tegen beter weten in blijf ik zoeken. Bijvoorbeeld in m’n telefoon naar idiote tekens van zijn bestaan. Ik voel zijn aanwezigheid een beetje bij een Linkedinpost van zijn hand. Ik kijk moeiteloos verder of hij misschien online is. Want dan toch een soort cosmisch verbonden. Ik ben in onderhandeling met mezelf om de regels van de radiostilte te kunnen doorbreken. Ik pieker en wik en weeg over een beslissing die niet aan mij is om te nemen. Ik dagdroom een eind weg om het missen een richting op te sturen. Ik schrijf een blog om het in een cognitief malletje te gieten. Allemaal pogingen iets met pijnlijkheid en het missen te doen. Het verandert niks.Ik mis me een ongeluk. Of is het een geschenk?