Een van mijn sterkste ontwikkelpunten van het afgelopen jaar is toch bij uitstek de wil om te rennen voor de trein. Ik voel tegenwoordig de intense behoefte om de geplande trein te halen en sans gene de pas tot hijgens toe te versnellen.

Waar ik vroeger zielloos roken op het perron verkoos omdat ik ‘mwah, gewoon nie zo’n zin had in rennen’, trek ik nu een ferme sprint. Weigerde ik vroeger om ten overstaan van de gelukkige op-tijd-van-huis-vertrekkers
de deuren in mijn gezicht te zien sluiten, nu schuw ik geeneens een flinke uithijgsessie in de coupe.
Had ik vroeger geen respect voor de tijd, nu wil ik die zo goed mogelijk benutten en zodoende pers ik én die sinaasappels thuis om zo lang mogelijk te kunnen ontbijten, én verkort ik de huis-station tijd tot op 2 handen te tellen minuten.
Met enige trots ren ik mijn hardlooploopje op Nike Safari’s door de Noordertunnel en kijk ik de trage sjokkers sinds een jaar recht in de ogen in plaats van de knalrode kop af te wenden. Schaam ik mij nog voor het missen van de blauw-wit-gele vrind? Neen. Trots laat ik deze aan mij voorbij rijden als ik te langzaam heb gehold. ‘Ik heb gestreden’.

De recordtijd: 7 min. van Riouwstraat tot sprinter Almere Oostvaarders op spoor 2.

Amen.