‘Omdat je stom bent’

Waarom kan ik niet normaal leren, maar moet ik alles woord voor woord in mijn hoofd stampen? 

Waarom kan ik niet gewoon een beetje bladeren en globaal lezen zoals normale mensen?

Waarom kan ik niet in stilte het nieuws of een film kijken maar wil ik de hele tijd schreeuwen van verontwaardiging, peilen wat de ander vind, iets opzoeken, iets vragen, iets zeggen, becommentariëren, of beoordelen? 

Waarom moet ik mezelf tig keer per minuut toespreken niet telkens mijn mobiel te pakken? 

Hoe kan het dat het soms heel lang duurt voor ik mezelf heb aangezwengeld om saaie lastige dingen te doen, zoals rapportages schrijven en moet ik er een heel precies momentum voor vinden? 

Waarom kan ik me soms helemaal niet losmaken van iets onbenulligs dat ineens in me op komt maar lijkt het van levensbelang en moet ik het nú afmaken terwijl een patiënt al 10 minuten in de wachtkamer wacht? 

Kun je wel zeggen dat je intelligent bent als je vooral op ijzeren discipline je overal doorheen hebt gestudeerd?

Kan niet iedereen de universiteit gewoon hebben doorlopen als ‘ie zo debiel veel moest leren als ik? 

Ben ik niet gewoon eigenlijk best wel dom?

Waarom kan ik niet gewoon de krant lezen en algemene kennis opdoen en onthouden?

Hoe komt het dat ik daar geen interesse voor kan opbrengen en voelt de krant als keihard werken?  

Waarom kan ik nooit op tijd afronden op werk en loop ik altijd uit? 

Hoe kan het dat ik al-tijd zo moe ben? 

Waarom kan ik ondanks die moeheid niet uitslapen en sta ik ‘aan’ zodra ik één oog opendoe? 

Hoe komt het dat ik zo slecht kan ontspannen en dat ik dat altijd met klusjes, taakjes, projectjes en bezigheden moet doen? 

Waarom kan ik soms blaken van energie en trots zijn dat ik duizend projecten afkrijg en soms enkel uitgeblust en overweldigd op de bank hangen? 

Waarom kan ik niet gewoon stabiel functioneren zoals iedereen? 

Waarom voer ik altijd monologen in mezelf?

Waarom kan ik nooit een korte mail sturen en moet ik vele kostbare uren in mijn leven verloren laten gaan aan het inkorten van mails en schrappen van alle bijzaken?

Waarom zijn er altijd zoveel ‘waaroms’ in mijn hoofd?

Waarom zie en hoor ik altijd a-l-l-e-s van iedereen, ook die ene gaap, dat rollende oog, die intonatie en ga ik vervolgens extra hard mijn best doen bij die persoon?

Waarom voelt alles urgent en intens, ook emoties van anderen? 

Hoe komt het nu weer dat ik barbie girl in mijn hoofd heb (oh ja, de filmadvertentie in google)

Waarom heb ik eigenlijk altijd wel een liedje in mijn hoofd? 

Waarom kan ik niet lezen in de trein omdat iedereen met zakjes kraakt? 

Waarom moet ik in een restaurant altijd met mijn rug naar de menigte toe zitten omdat ik me anders teveel laat afleiden door alles om me heen?

Waarom heb ik een soort hondengehoor dat alles opvangt? 

Wat maakt dat ik niet kan ontspannen bij het vooruitzicht van een afspraak, groot of klein omdat de gedachte aan het feit dat die afspraak gaat plaatsvinden me de hele tijd stoort bij mijn bezigheden? 

Waarom ga ik altijd over grenzen heen van mezelf (en soms van anderen) en voel ik nooit dat ik doordraaf? 

Hoe komt het toch dat ik altijd moet racen voor de trein ook al weet ik precies hoe lang het fietsen is? 

Waarom ga ik altijd te laat tanden poetsen en spullen pakken, ondanks herhaaldelijke voornemens? 

Waarom heb ik nu weer K3 in mijn hoofd? (oh ja, ik zie foto van mijn nichtje). 

Waarom ben ik nu weer de datum aan het opzoeken van dat hardloopevent? Oh ja, ik dacht aan mijn nichtje, daardoor aan de Hoeksche Waard, daardoor aan Thijs, daardoor aan de hardloopvriend, daardoor aan de Rottemerenloop. 

(Ondertussen schrijf ik op dat ik nog zoete aardappels moet kopen, omdat ik door het hardloopevent dacht aan andere dingen die ik moest onthouden en dit moest ik onthouden.)

Waarom kan ik nooit korte appjes sturen en kan ik het ondanks miljoen voornemens niet voor elkaar krijgen om gewoon een zin te schrijven aan iemand maar moeten de oorzaak en de toedracht en de context en de details en de dialogen er allemaal bij?

Waarom kan ik het ene moment heel blij zijn en het andere moment uit mijn vel knappen van boosheid? 

Waarom moet ik zo lang wennen aan onverwachte dingen? 

Waarom vertel ik altijd veel te snel en veel te veel persoonlijke dingen tegen mensen die ik helemaal niet zo goed ken? 

Waarom kan ik mezelf nooit inhouden en moet alles net een beetje te hard en teveel: te lange mails, te hard praten, te hard lachen, te veel woorden in sessies, te veel vertellen bij vriendinnen? 

Waarom voel ik al mijn hele leven schaamte over al die dingen? 

Waarom zijn de bananen krom?

Dat laatste weet ik niet.

Maar al het andere weet ik sinds kort wel. En hoewel het antwoord voor niemand heel veel uit lijkt te maken, want zij hadden al die vragen niet, kan ik nu eindelijk het foutieve antwoord (‘omdat je stom bent’) vervangen voor: ‘omdat je adhd hebt’.

Zucht…..