Af en toe kan ik heel boos zijn dat de schepper, de oerknal, de atomen in den beginne, alles zo oneerlijk hebben verdeeld. En dan bedoel ik vooral tussen mannen en vrouwen. Mannen kunnen makkelijk wildplassen zonder dat ze hun schoenen per ongeluk een beetje onder piesen en hun maanden zijn gewoon 30 of 31 dagen waarin ze niet veel denken en meestal gewoon aan 1 ding tegelijk. Staart een man mijmerend voor zich uit en vraag je waar hij aan denkt dan vertelt hij met een serieus gezicht dat hij twijfelt tussen een omelet of een roerei. Een vrouw geeft een verhandeling van een half uur op dezelfde vraag.

Ik heb een vriendin die precies hetzelfde gevoel heeft en ondanks haar zachtaardige karakter meteen een boze frons krijgt als ik vertel dat ik zo’n last had van menstruatiekrampen. ‘Zo onéérlijk!!’ roept ze dan, en de frons wordt dieper als ik vertel over het duivelse leger aan hormonen dat me die maand trakteerde op overdreven gedachten en die mijn gevoelens deed afwisselen op een tempo waarbij ze bij de formule 1 een bandenwissel doen. Als we echt op dreef zijn fantaseren we over een dispensatie van de overheid omdat we het moeilijk hebben in het leven vanwege ons vrouwzijn en vanwege onze bangige ziel. ‘U moet significant meer uw best doen voor stabiliteit en balans en plezier in de dingen. Hier heeft u een miljoen.’ Een brief zou op zich ook al goed zijn, het gaat om de erkenning.


Een van de grootste moeilijkheden vind ik is die leegstaande kamer. Je wordt er als vrouw mee geboren. Een plek in je lijf die wel van jou is maar niet enkel bedoeld voor jou. Ze hebben het een baarmoeder genoemd. Wie heeft die naam gegeven vraag ik me soms af. Op boze dagen hoor ik er een gebiedende wijs in. Báár, moeder! Hij moet ruimte geven aan ander leven. Klinkt best als goede sci-fi en buitengewoon is het zeker. Het feit dat die ruimte er is, ook al staat hij het grootste deel van het leven leeg, wil niet zeggen dat je er ondertussen geen onderhoud aan hebt. Er zijn tal van hormonen, een soort innerlijke housekeepers, je krijgt ze in miljoen soorten, die zorgen dat het nieuwe leven zich welkom voelt. Maakt geen bal uit of je besluit je lijf lekker van jou te laten, die housekeepers krijg je er gratis bij. Ze laten zich altijd horen maar op gezette tijden worden ze fanatieker. Het zijn knuffelige hospita’s die staan te popelen zich te ontfermen. Die willen zorgen, vertroetelen, aaien en wiegen. Ze bedenken alvast hoe die nieuwe gast zal heten, verheugen zich, dagdromen hoe die bewoner er uit zal zien. Ze hebben veel te geven en zorgen dat je allerlei dingen weet die mannen niet weten. Je weet het gewoon, hoe je een baby vasthoudt, wat een hydrofiel is en bij je oplevering als vrouw krijg je bovendien een starterspakket van 20 kinderliedjes.


Naast die aaibare zoete exemplaren krijgen we ook een leger ferme tantes die op de barricaden gaan als die kamer godsamme weer een maand leegstaat. Ik ben zelf rijkelijk bedeeld met deze tweede groep. Activistische amok makende types, die op een nogal rare manier hun teleurstelling om de leegstand kenbaar maken. Ze zorgen bijvoorbeeld dat je soms per ongeluk te hard je telefoon door de kamer gooit zodat er een barst in zit, of laten je boos ‘IK BEN ER KLAAR MEE’ zeggen en je het huis uit stormen, om vervolgens buiten in verwarring te zijn hoe je hier nu zo ineens bent beland.


Zit je dan mooi mee. Waar je het zelf al lastig genoeg hebt met die legers aan opdringerige verzorgers en rebellen, krijgt een man geen vragen over de leegstand. Een man heeft geen kamer, alleen een ellenlange lijst met miljoenen potentiële huurders. Lekker efficiënt. Maar of je je als vrouw nader wilt verklaren. Vaak vriendelijk en belangstellend, met geen verkeerde bedoeling, maar je moet er wat mee.  Of je het soms te druk vindt op de planeet en niet van plan bent nieuw leven toe te voegen, bij voorbaat al geen zin hebt in oeverloos in de maneschijn zingen of het een te grote gok vind je lijf te gaan delen met nog onbekende gast, dat maakt niet uit. Men is nieuwsgierig. Die interne housekeeping, die er op los fantaseert en nu ook eindelijk weleens aan de bak wil ziet bovendien overal tekenen van zorgbehoefte. Die gaan ook al paraat staan als ze zorgobjecten bij anderen zien. Het wemelt namelijk van vrouwen met bevolkte kamers. Overal bolle buiken, berendbotjes en knuffelige weëige glimlachen. Zij zijn geslaagd, zo laten die innerlijke legers je voelen


Ik heb het gevoel dat ik geboren ben met een nogal gedreven housekeeping. Ze willen heeel heeeeel graag aan de slag, barsten van de liefde om te geven. Langere tijd spaarden ze hun krachten, maar op enig moment was daar eenzelfde fanatisme als ik heb ervaren bij het doordrukken van mijn marathontrainingsschema destijds. Hoeveel tegenwind, hitte, weinig zin, of andere leuke alternatieven: ik moest en zou lopen! En zij moeten en zullen zorgen! Koop dan alsjeblieft in elk geval een kat, zeiden ze, we willen iets te doen hebben. Koop tig kado’s voor je neefjes en nichtjes, leer de andere coupletten van dikkertje dap maar voor mijn part, wij willen werken. Met de jaren hebben ze zich vermeerderd en op dit punt heb ik de indruk dat ze in troepen door mijn lijf marcheren, van kruin tot vingertoppen. Die rebellen ook hoor, ja zeker, die zijn soms ziekelijk afgunstig, doen schreeuwen en  frustrerend huilen als klein kind, eigenen zich recht toe op onredelijkheid want zij zitten hier met die leegstand. Wat dat al niet kóst!


Maar de leegstand blijft. Dus er gaat huisgehouden worden. Nog meer legers erbij (past dat nog?), kordate inspectie, huurcommissie strenge selectie aan de poort, gíeren zal het, zal er nog ruimte zijn voor mij of word ik slechts de natuur? Waar ik soms het idee heb dat die legers hormonen een coup op mijn brein plegen en alles besturen en bestieren is er een gevoel dat altijd duidelijk overeind blijft en waar ik ook weeïg bij kan glimlachen: wat er ook gebeurt, leegstand of niet, ik voel me hoe dan ook al een moeder.