Screenshot_20190503-080758_Samsung Internet

Sinds enkele weken geef ik op werk de cursus ‘omgaan met emoties’.

 


 


Ja ik heb inmiddels geleerd even een pauze in te bouwen na deze mededeling voor een smakelijke lach, onderdrukte grinnik of een gebbetje als ‘volg je de cursus of geef je hem?’
Ik geef dus deze zogenaamde transdiagnostische cursus aan mensen met psychische klachten, variërend van angst- tot stemmingsstoornissen. Ik als notoir driftkikkertje, degene die na 3 glazen wijn best ongezellig kan worden, de bingewatchende, meditatieontduikende, hormonale tante staat als hulpverlener voor een groep mensen te vertellen hoe ze die emooosies in de ogen motten kijken, hoe ze ze niet zo moeten laat oplopen zodat dat ze hun asbak tegen de muur kapot gooien, of met sombere zwarte wolk boven hun hoofd in bed blijven liggen.

 


Nu is het natuurlijk een misvatting dat psychologen perse een lichtend voorbeeld en immer ontzettend biostabiel zijn. We weten een boel over de bovenkamer van de mens, over hun patronen, trauma’s, ingewikkelde relaties met onze lichamen, we kunnen vaak een beetje zinnig nadenken over onszelf en snappen wat er gebeurt in de eigen geest als we trillend van woede tegen onze partner briesen dat hij alweeeeeer de verkeerde kwark heeft gehaald. Dan kunnen we zeggen dat het een patroon is uit onze jeugd en dat we ons soms niet serieus genomen hebben gevoeld. Het betekent niet per definitie dat we daar dan altijd naar kunnen handelen. Neen, dat betekent het niet persé.

 


Om het maar even bij mijn eigen grilligheid te houden: ik hou niet zo van gevoelens en heb inmiddels allemaal ingenieuze systemen in elkaar geklust om er bij weg te blijven. Het gevoel weer eens door de mand te vallen voor ….ja, voor wie eigenlijk, de jury van het leven? Prima, werk ik toch wat harder en leg ik die lat nog iets hoger, zorg ik dat die kans zo klein mogelijk is. Het gevoel als vriendin tekort te schieten? Ik stuur kaartjes, zie er op toe dat ik en de vriendinnen elkaar wel genoeg zien, plan weekenden vol met lunchdates en dinertjes, app me een ongeluk terwijl ik ondertussen naar werk loop waar die eerste cliënt wacht voor wie ik de biostabiele hulpverlenert wil zijn, móet zijn.
Vind ik iets spannend, denk ik het niet te kunnen, dan schuif ik het naar voren, stel ik het uit (of af), zoek ik allerlei idiote afleidingen als series, ga ik op zoek naar semi-verantwoord eten waar ik dan teveel van eet, zoals 10 rijstwafels met hüttenkäse, of begin ik aan een van de 272819 projecten of to do’s die in mijn hoofd zitten die lekker snel resultaat geven. Ben ik somber en futloos, dan laat ik alles vallen. Dekentje op de bank, netflix, muziek, niet nadenken of juist zwelgen, slapen, telefoon niet opnemen, hopen dat het als vanzelf weggaat. Op enig moment bij alle situaties hierboven ga ik me dan schuldig voelen, bijv naar collega’s want ik verstop me, naar de man want ik ben chagrijnig, naar mezelf toe want ik heb het hardlopen geskipt, naar vriendinnen want ik gaf geen thuis en dan begint het circus weer van hard werken en de ander plezieren weer, want van schuldgevoel hou ik ook niet.

 


En daar komt het bruggetje naar dat hele cursusverhaal. Want hoewel ik mezelf best een energieke aanpakker vind, is vermijding toch de beste benadering van mijn copingstijl. Vind ik het spannend, lastig, is er een kans dat ik me rot ga voelen, fouten ga maken, dat ik omringd word door mensen die veel beter zijn op dat vlak…. dan stel ik uit, kijk ik de andere kant op, sus ik de narigheid met gekke fratsen. Ik verzin smoezen, schuif het verder, blaas het af, zorg voor afleiding, bezigblijfs of vertel mezelf een of ander verhaal zodat ik niet hoef. ‘Ik ben ziek, heb echt geen fut, dit jaar heb ik echt geen ruimte voor meer verdieping in mijn baan, voor die ene vervolgcursus ook niet, want dan moet je liever eerst die verdiepende baan hebben, pfff moeilijk moeilijk, rijles heeft geen zin want ik heb toch geen auto, geen plek voor een auto, geen noodzaak om te rijden, ik heb een hele handige ov-chipkaart en van rotterdam naar lieve arnhemse vriendin is slechts 3627 uur met de trein en dat is best te doen’.

 


In deze cursus leren we om ze een beetje eerder op te merken, die gevoelens en die gedachten over falen en het door de mand vallen. Om er eens bij stil te staan, denkfouten te onderzoeken, al die emotievermijdende gedragingen, zoals die koptelefoon, dat uitstellen, kapot rationaliseren, dekentjes op de bank, chocola of rijstwafels eens te vervangen door wat constructiever gedrag, want hé, zo lekker zijn rijstwafels ook helemaal niet. Eens stil zitten, niks doen om dat hoofd af te leiden, te ervaren dat gevoelens ook wel weer wegebben. We moedigen aan om juist eens te doen wat je vreest, zodat je kan ervaren dat het wel meevalt, doen oefeningen om wat meer te observeren wat er gebeurt in de bovenkamer ipv je helemaal mee te laten slepen door de boosaardige, grijze, bange gedachten en gevoelens.

 

Nou, verdomd, ik vind dat het werkt. Een 10 voor dat protocol hoor, de pilot is er doorheen wat mij betreft. Althans, geen idee hoe de cursisten het ervaren, maar met mij gaat het uitstekend! Toch leuke bijvangst. Ik heb een rijles gepland want ik vind Arnhem met OV gewoon takkelang en wil mijn lief naar Schiphol kunnen brengen met de auto als hij een tripje gaat maken. Ik vind het dood en doodeng maar ik denk bij nader inzien niet dat ik daadwerkelijk doodga in de lesauto of dat de instructeur me de auto uit zal gooien omdat hii nog nooit zo’n idioot heeft gezien als ik. Ik denk na over werkverdieping en onderneem actie en wel verdraaid, dat blijkt niet eens ingewikkeld. Even een mailtje en wat schuiven in agenda en voila, ik kan gewoon in andere keukens kijken en dan blijkt er ook geen mand te zijn waar je doorheen kunt vallen. Ik heb een meditatiechallenge voor mezelf gesteld en zit elke dag een kwartiertje naar binnen te loeren bij mezelf en hoop van harte dat het net zo vanzelfsprekend wordt voor mijn dag als douchen. Ik zie wat er gebeurt en rol niet meteen in die immer ratelende gedachtentrein met kritische stemmen, ‘op de barricaden-gedachten’, ‘het is niet eerlijk-gevoelens’ enzovoorts.

 

Puntje voor in de cursusevaluatie: de behandelaar voelt zich stukken beter! Benieuwd of het telt voor de leidinggevende.