2016-10-06 19.10.50Druk zijn is tegenwoordig stom, minder hollen is goed, lanterfanten is het nieuwe haasten, leven naar wat je écht belangrijk vindt in plaats van wat je allemaal ‘moet’ is het credo. Omdat ik me zo’n drukke sukkel voelde volgde ik een paar maanden terug een mindfulnesscursus, las de flow, herlas oude flows, blogde over mildheid en vriendelijkheid, vloekte wel nog op de kleermakerszit en het meditatiekussentje want het moet wel leuk blijven, maar ik ging er helemaal voor, dat aandacht hebben voor het hier en nu. Ik probeerde te onthaasten, liet onrust vaker voor wat het was zonder altijd maar mee te blijven rennen met wat mijn gedachten me dicteerden, ik liet gevoel uitdoven, neerdwarrelen en vond er zelfs weleens lekker helemaal niks van.

Al dat oefenen met niet-streven en niet-oordelen heeft er toe geleid dat ik mezelf na de cursus wel erg mild heb benaderd wat betreft mijn mindfulnessvoornemens. Ik heb mezelf precies nul keer meer op mijn lieve paarse kussentje gehesen, dat aanvankelijk ruimschoots geaccepteerd, na verloop van tijd 3738292929122 gedacht dat dat kussentje het toch wel erg fijn zou vinden en mijn hoofd ook, en er uiteindelijk een kleeeeein beetje over geoordeeld dat ik niet goed oefende met niet oordelen. Naarmate een kwartiertje kleermakerszit steeds langer ontbrak in mijn dagelijkse program werd het hoofd kritischer. ‘Sukkel, je moet mediteren, hop doe het, je had het beloofd aan jezelf, je bent ontrouw, faler’. Maar aangezien ik het nu toch al een beetje had verpest liet ik het maar helemaal zitten. Ik ben er van weg gehold, letterlijk.

Gesprint heb ik zelfs, als een malle. Want al die ontbrekende mindfulnestijd heb ik overdadig gevuld met veel potjes hollen. Wat begon met mindfulle hoofd-leegmaak hardloopjesrondjes twee keer in de week, werd trainen voor 10 km, werd trainen met hartslagmeter, werd trainen voor langer, verder, sneller. Een halve marathon staat over 1 week op het program, waar ik voor oefende door weer en wind, in de bloedhitte en in onchristelijke vroegte. Omdat een hardlopende collega eens terloops aanraadde dat een beetje krachttraining wel verstandig is voor ondersteuning bij het rennen, ben ik ook nog ‘ns met gewichten gaan leuren in de sportschool en krijg ik naast gespierde kuiten, en een hoger hardlooptempo zelfs een klein spierballetje. De crackers met smeerkaas sambal en bodemdriftige chipszakken verdwenen langzaamaan uit mijn dagelijks dieet, ik kookte veel nieuws, bewust, biologisch, voedzaam, afgestemd op de lintworm die met al dat sporten in me leek te huizen. Dat lijf is veranderd en is strakker, fitter, sterker, heeft meer spier, het ontlaadt zich in de sportschool, sjouwend met corebags en zwaaiend met kettlebells, en het hoofd krijg vreselijk veel energie van de hoge tempolopen in de buitenlucht.

Maar hier is dus het ding. Of ik nu de kunst van het loslaten beoefen met mediteren, de kunst van het hollen, of de kunst van het bloggen, het moet altijd meer en nog nét iets beter. Het moet het liefst heel goed en vaak en met veel resultaat, ‘anders kun je het net zo goed laten’. Al bloggend moest ik van mezelf vaker en geestiger schrijven en moest ik altijd ideeen hebben, al mediterend moest ik dit nu echtechtecht als lifestyle omarmen en mezelf onderdompelen in dagelijkse stiltes want met 1 keer in de week mediteren heeft geen monnik nog z’n rust gevonden en al hardlopend moest ik (nee moet ik – tegenwoordige tijd) wel onder dat tempo van 5 minuten blijven vrezend voor stilstand en achteruitgang.

En nu zit ik hier. In de vensterbank van mijn fijne huis naar de zonnige herfst en de soms al in winterjas gestoken voorbijgangers te kijken. Overspoeld door heimwee en nostalgie naar utrecht en denkend aan een periode 4 jaar geleden, dat ik mezelf ‘chronisch ontevreden’ noemde en m’n stemming niet je van het was. Waar ik toen nergens zin in had, alles zinloos voelde, m’n huis niet leuk was, m’n werk geen voldoening meer gaf, m’n vrijgezelle leven suckte en ik niet wilde zeiken maar in een permanente zeikstemming was, zit ik nu in een heerlijke huis waar ik samen woon met een evenzo heerlijke kerel, in mijn nieuwe grootse bijna-lievelingsstad, waar ik een hele fijne baan vond die me fluitend naar werk laat gaan.

Ik voelde me toen een sukkel want de wereld lag toch aan m’n voeten? Alles was mogelijk en had ik in de hand dus was het niet mijn schuld dat ik me zo voelde?! Nu voel ik me net zo’n sukkel, want terwijl alles nu wel fijn is, moet ik nog steeds onverminderd veel van mezelf. Nu ben ik een druk mens die zich clichématig conform tijdsgeest laat leiden door meer, beter, sneller, prestatie.

As we speak and read moet ik die nieuwe bietensoep nog maken, een nieuwe lading granola in de oven gooien, dat boek lezen, in bad want dat is goed bij gejaagdheid, een nieuwe blog schrijven over nostalgie terwijl deze nog af moet, nieuwe broeken kopen want mn oude zijn te groot, ik moet nog gillmoregirls kijken, mediteren, ik moet die 12 km  tempoloop nog doen, wat ga ik eerst doen, wat wat wat wat wat wat wat?!!

Balance is key. Again. Ik haat het als een cliché laat zien waarom het zo cliché is. Ik grijp bij deze de herfstige nostalgie bij z’n lurven om me te herinneren aan die te hoge killing lat van een paar jaar geleden die nu weer langzaam in zicht komt.

Ik mag best één keer in de week slechts één kwartier mediteren, vandaag niet hardlopen omdat ik geen zin heb, chocola eten ipv een fancy pizza met een bloemkoolbodem en ik mag een serieuze in plaats scherpe, cynische, grappige blog schrijven die eigenlijk veel te warrig is. Ik geloof het al bijna.

Kwartiertje stilte: starting now.