Situatie

De mens lijdt aan chronische zelfoverschatting. Er zijn allerlei biases beschreven in de literatuur, zoals het Dunning-Kruger effect en de morele superioriteitsbias die beschrijven hoe mensen zichzelf buiten de norm plaatsen. Bij eerstgenoemde schatten we de eigen capaciteiten structureel hoger in dan die van anderen, en bij de tweede geloven we zelf rechtvaardiger, deugdzamer te zijn en moreel een beter kompas te hebben dan anderen. Aan de zijlijn is het makkelijk lullen en staan we vaak klaar met waterpas of rolmaat om afwijkingen te beoordelen en elkaar de maat te nemen. Ik niet anders, al probeer ik van niet. (Waarmee ik mezelf ironisch genoeg moreel dus weer verhevener voel). Ik ken mensen die zijn vreemdgegaan van wie ik het nooit verwachtte, op een manier die ik nooit verwachtte, ik ken mensen die hun keuze voor kinderen hartgrondig vervloeken, ik weet van mensen met discutabele werkmoraal, van mensen die op manieren profiteren van het sociale stelsel terwijl het misschien niet voor hen is bedoeld, van mensen die regels ontduiken of het niet zo nauw nemen met de wet. En ik vond er ook weleens iets van. ‘Weleens’ is hier verzachtend. Het is vaker dan ik en mijn rolmaat willen toegeven.


Ik zit nu zelf in een situatie’tje, waar je het verkleinwoord eigenlijk weg kan laten gezien de ruimte die het inneemt in mijn hoofd. Een situatie die erg uitnodigend is voor een klimwedstrijd op de morele ladder. Ik moet m’n best doen om de allerhande prikkelende vragen en adviezen te verstaan die me vanuit hoogte worden toegeroepen. Want, god verhoedde, ik werd absurd verliefd. Op een man in een relatie. Hij is in een samenzijn uniek in z’n soort, mooi in zijn imperfectie, zoals dat gaat na jaren. Ondanks tevredenheid met zijn status quo ging verliefdheid gelijk op en sloeg bij ons beiden in. Niet meteen, maar toch sneller dan we wilden toegeven. Het was, en ís, allemaal niet de bedoeling. We zouden slechts in tijdelijkheid wat ronddartelen in de marge van zijn relatieruimte, die ook al jaren bestond. Maar hier staan we, in de tegenwoordige tijd, de naald van het morele kompas absoluut negerend en linea recta de verkeerde kant uitlopend. ‘Ja, sla ons maar in de boeien’, wil ik soms roepen. In obstinate bui provocatief roepend: ‘kom hier dan, en zeg het in mijn gezicht’. Dan weer laat ik me terugfluiten en schrik ik van de dwaling. Waar ben ik in godsnaam heen aan het lopen? Recht naar het tranendal van een gebroken hart? Of als ramptoerist kijkend naar andermans ravage?


Ik had mezelf, conform biases, niet ingeschat als iemand die meewerkt aan dit soort praktijken. Een affaire klinkt ordinair en zo beschouw ik mezelf niet. Ik hoef niks te weten van polyamorie, van open relaties, ik heb aan de andere kant ook nooit uitgesproken ideeën gehad over trouwen. Ik ben al met al een best gewone heteroseksuele witte vrouw die enkel monogame relaties heeft gehad. Een beetje geklooi ten spijt, en lustgedreven scharrels zo nu en dan, heb ik het speelveld wel verkend met de jaren.

Maar! Ik heb ook veel teleurstellingen gekend. Ik heb ze ook meermaals gezien bij vriendinnen. Ik zag mijn liefste vrouwmensen ge-ghost worden door mannen, bedrogen worden, ik zag vriendinnen wiens hart vertrappeld werd, die tot wanhopige machteloze woede en verdriet gedreven werden, of ronduit gegaslight werden door mannen. Andersom ook heus, zo heilig zijn we niet, maar we leven nog immer in een patriarchale samenleving.


Als ik in een andere tijd geboren was dan had ik staan zwaaien met de dolle mina’s, mijn BH in de hand. Ik heb een sterk rechtvaardigheidsgevoel en kan absoluut niet mijn mond houden als met twee maten wordt gemeten, er oneerlijkheid is, en dat er nog steeds loonkloven, babyboetes en orgasmekloven bestaan, kan me bij tijden woest maken, met name als maandelijks mijn onbevruchte eicellen worden uitgedreven en mijn baarmoeder in een bankschroef lijkt te zitten. Vrouwen moeten elkaar kortom helpen en steunen. Ik houd van ‘het vrouwencompliment’ waar zij die elkaar niet kennen elkaar complimenteren met mooi haar, geweldige lach of schitterende schoenen. Maar nu zit ik toch gewoon met verliefde tengels aan andermans dierbare liefdesobject. Ik, de monogame vrouw die vindt dat er teveel oneerlijkheid is ten gunste van het mannelijk geslacht, zit tot in mijn nek in een liefdesklem.


Ben ik verblind? Is het slechts de spanning van hetgeen dat eigenlijk niet kan bestaan? Is het een licht psychotische staat die maakt dat ik dit alles niet helder kan beoordelen? Ik voel heel duidelijk, met mijn weliswaar in roze nevel gehulde intuïtie, dat het veel meer is dan iets vluchtigs, iets tijdelijks, een gril van thrillseeking. Er is zoveel verbinding dat woorden het plat zouden slaan en ik ook maar geen poging ga doen, maar het is een man die ik op een datingapp niet had aangesproken, en toch meteen indruk maakte in de onverwachte ontmoeting. Elkaar vinden op allerlei gebied, in humor, kwetsbaarheid, waarden, volledig op ons gemak, en beiden scheutig in liefkozende woorden, is een ervaring die ik niet vaak heb gehad. 


In een poging iets te doen met de gewetensnood en gevoelens las ik ‘alles voor de reis’, van Adriaan van Dis. Want als hij 34 jaar een affaire heeft, een toch wel gedistingeerd en eloquent schepsel, dan voelt het minder erg. Het zette me aan het denken over liefde in vele vormen, en hoe ook die van hem, hetzij minder geaccepteerd en gebruikelijk, toch heel waarachtig en uniek was.


Maar toch, enkele weken verder, met meer openheid van mijzelf en de man, almaar sterkere gevoelens ervarend, blijk ik niet zo ruimdenkend. Noch is het gevoel van minderwaardigheid en schaarste me bekend die in Van Dis is verankerd. Ik blijk vooral een dolle kompaasnaald te hebben en geen dolle mina te herbergen mij, want ik ben niet ‘tevreden met de kruimels’, zoals hij beschrijft. Nooit fan geweest van shared dining of mensen die hapjes willen proeven van mijn zorgvuldig gekozen gerecht. Ik wil de volledig maaltijd.