Ik Kan Er Niks Aan Doen
Ik zou het willen zijn, maar ik ben het niet. Mijn wens ten spijt ben ik bepaald geen muziekkenner. Ik ben nooit een grote fan geweest van een artiest, of band. Ik struin geen concerten af. Bij festivals ken ik, als ik geluk heb, 5% van de line-up. Ik ben niet up to date. Áls ik al bij een concert kom (meestal omdat iemand me meeneemt, niet omdat ik het zelf heb geïnitieerd) neem ik me steevast voor om écht vaker te gaan, want ik kan er enorm in opgaan. Maar dat voornemen wordt niet vaak bewaarheid. In datingperiodes eerder in mijn leven was ik vaak huiverig voor vragen over muzieksmaak. Ten eerste omdat ik weinig muziekjargon beheers om mijn smaak goed te beschrijven. Ten tweede omdat ik eigenlijk niet één smaak heb. Uit nervositeit somde ik dan uit de krochten van mijn muziekgeheugen een allegaartje aan nummers en artiesten op. Mijn smaak ben ik in de loop der jaren maar gaan omschrijven als ‘eclectisch’. (Dat geeft bedenktijd).
Goed, na deze theatrale opsomming nu natuurlijk de grote tegenstelling. Ik houd namelijk wél erg van muziek. Ik ben óók weer geen muziekkneus zoals bovenstaande doet vermoeden. Ik weet nu al tenminste één vriendin die gaat lachen bij deze uitspraak vanwege de Nick & Simonperiode in Utrechtse studententijd in het beruchte huis in Wijk C, maar iedereen heeft recht op een dwaling. Als ik de dag moet starten douche ik met muziek in de badkamer, want anders kom ik niet goed op gang. Niet zomaar muziek, nee, specifieke muziek. Meestal een nieuwe vonst (twee of drie nummers) die ik dan weken zodanig vaak draai dat ik alle dopamine er op enig moment uit heb getrokken en op zoek moet naar nieuwe buit. Ik moet ook muziek horen tijdens het hardlopen. Tijdens krachttraining. Tijdens treinritten. Tijdens schoonmaken en koken en soms ook tijdens werken en lezen. Mijn brein heeft een kleine dopamine- en noradrenalinedisbalans en dus zoek ik naast de dagelijkse dosis dexamfetamine ook naar gezonde stimulans voor het beloningscentrum. Muziek is er één van. Het is bovendien een prettige manier om de vele afslagen te blokkeren die mijn brein vaak neemt zodra het de kans krijgt.
Ik heb een lijst in Spotify die ik zo nu en dan eens opschoon, maar inmiddels is het een emo-toolkit die allerlei gereedschap huisvest. Hij heeft in veel periodes dienst gedaan en heet ‘vanallesmoois’. Er is werkelijk geen lijn in te ontdekken, maar wat de nummers stuk voor stuk gemeen hebben: they scratch an itch. Or scratched. Het gevoel van heel erg dorst hebben en dan eindelijk ijskoude cola drinken. Heel erg krabben aan een muggenbult en dat je weet dat je het niet moet doen maar zó erg oplucht. Zoenen met degene waar je naar verlangt. Na lange reis in vreemd land eindelijk weer bruin dik desembrood met oude kaas. Dát gevoel. Aan alle nummers kleeft stuk voor stuk een herinnering, een tijdsperiode, een moment. Soms vaag en samengesteld herinnert het aan een bepaalde gevoel bij een oud sportclubje, trainen voor die ene marathon tijdens reis in Afrika, een verdrietige periode in een traject, dronken keukentafelgesprekken in studentenhuis, een playlist tijdens autotripjes, een herstelperiode na burnout of liefdesverdriet, een verlies of overlijden, een wandeling in Nepal, een uit de hand gelopen avond, een high on life-gevoel, een oorwurmlied tijdens vakantie met vriendin. En…natuurlijk aan de liefde.
Er zijn veel, veeeel, véél nummers waar ik tegen wil en dank een liefdesboodschap in heb ontdekt. Waar ik herkenning in vond. Me getroost in voelde. Soms is dat vast zo bedoeld, artiesten zijn ook maar mensen. Soms niet, maar dan beluisterde mijn liefdesbrein het nu eenmaal zo, in de nevelen gehuld van pijn, verdriet, verlangen of geluk. Soms was het gewoon een banaal lekker melodietje.
Wat ik bijzonder vind is dat de nummers uit deze lijst versteend lijken in het gevoel dat ik er toen bij had. Het roept het direct weer op, ook al is de liefde soms over, de pijn verteerd, het verlangen niet meer existent. Instant Crush van Daft Punk, Eye in the Sky van The Alan Parson Project, Such Great Hights van The Postal Service, Clean The House van Fat Freddy’s Drop en Grünfink van Dominik Eulberg roepen alle gevoelens op van de pieken met een lange liefde. Van de eerste vlinders, tot het serieuzer ontdekken, op reis gaan, elkaar vinden na dalen. Flitsen van momenten in Wanaka, op roze bank thuis, in Utrecht, in een ziekenhuis, in een sas tijdens het koken.
Als ik Tranen Gelachen hoor van Guus Meeuwis, Why Tell Me Why van Anita Meijer, Gaston van Belle en het Beest, het idiote domme nummer Follow Me van Uncle Cracker of vreselijke hitjes van Atomic kitten denk ik steevast aan periode na het liefdesverdriet van eerste lange relatie. Gezeten aan keukentafel met nieuwe huisgenoten, nog immer dikke vriendinnen, samen het verdriet neersabelend met muziek, luidkeelse bravoure, veel wijn, sigaretten en uitgaan in Utrechtse studentenkroegen. Nummers die zijn vastgeketend aan vriendschapsliefde en een periode waarin ik loskwam van iemand.
Als ik luister naar Eefje de Visser, The Maureens, Daryll-Ann, Stornoway en Belle & Sebastian kan ik weer de vlinders terughalen die fladderden voor een man die me met veel zoete woorden overlaadde, kennis liet maken met het geweldige gedicht ‘Wateraubade’, liedjes stuurde van bands of artiesten die ik toen eigenlijk allemaal niet kende. Hij gaf me helaas ook een koortslip. En de bons. Een korte, maar god, een intense verliefdheid.
Froukje, Merol, Sabrina Carpenter, Lily Allen zijn gaan staan voor mijn eerste jaar na lange relatie. Grijsgedraaid, woord voor woord mee kunnen zingend vonden verdriet, eenzaamheid, en ook boosheid en frustratie bij de krachtige vrouwen weerklank. Strijdliederen werden het, steeds zachter gezongen door mij, mezelf weer een beetje terugvindend en de verbroken liefde weer met zachte ogen kunnen bekijken.
Muziek, liedjes, klanken als oude lievelingsjassen. Om je in geborgen te wanen, comfortabel, verwarmd of mooi in te voelen. Ze herbergen allerlei oude gevoelens en herinneringen. Momenteel hul ik me in de klanken van Stef, Maaike, Frank en Froukje. Ik Heb je Lief, Dat Ik Je Mis, Ik Kan Er Niks Aan Doen en We Hebben De Tijd. Titels die ook nog eens eigenlijk alles al zeggen, die jij me liet horen. Ze passen me perfect, omhullen me ferm en liefdevol, met een tikje ironie van zoveel zoetheid. Precies zoals jij. Ze houden je vast voor me, een intens, diep gevoel, ‘gelardeerd’ met momenten, flitsjes, beelden. Dat woord heb ik ook van jou. ‘Was ik maar een dichter, dan kon ik dichter bij jou zijn.’ Ik draai ze grijs. Nee, niet grijs, ik draai ze licht. De dopamine mag er in blijven.